Gaston Coppye

 

 

Gaston Coppye mag dan geen geboren of getogen Terlanenaar zijn, in Overijse is hij alom gekend als de dirigent of “chef” van de fanfare van Terlanen. En wie in Terlanen al eens een concert of optreden van zijn Koninklijke Fanfare St-Michael meemaakte, kan niet anders dan zich afgevraagd hebben waar die zich steevast in het zweet dirigerende ranke man al die energie en bevlogenheid vandaan haalt. Redenen te over dus voor een gesprek op een maandagavond net voor de wekelijkse repetie in Den Turf.

 

Gaston groeide op in een muzikale familie: zijn vader was schoolhoofd in St Pieters Leeuw, maar gaf er ook notenleer en was er dirigent bij drie maatschappijen en een koor. Dat Gaston na zijn Grieks-Latijnse humaniora (op internaat in Waregem!) koos voor het conservatorium in Brussel was dan ook niet echt een verrassing.

Hij behaalde er de eerste prijs hoorn en muziekgeschiedenis en kon zijn diploma meteen in de praktijk gaan toepassen: eerst als leraar aan de muziekschool van St Agatha Berchem en vanaf 1973 ook als hoornspeler bij de Koninklijke Vlaamse Philharmonie. De Philharmonie kon 39 jaar rekenen op zijn hoornspeler tot hij enkele jaren terug met pensioen ging.

 

Ondertussen was hij ook actief binnen een muziekgezelschap. Centraal daarbij stond in het begin vooral de St Cecilia fanfare van St Pieters Leeuw: zijn vader dirigeerde er en op een bepaald moment had hij onder de muzikanten voor zich zowaar vier van zijn zonen! Gaston speelde er alto en daarna hoorn. Kan het verbazen dat Gaston later bij St Cecilia het dirigeerstokje van zijn vader zou overnemen? Want Gaston bouwde al snel een heuse reputatie op als enthousiaste dirigent. Hij zal ondertussen reeds zo’n tiental fanfares gedirigeerd hebben. Meestal besluiten dirigent en bestuur na een tiental jaren dat het tijd is voor een nieuwe wind, maar in Terlanen is dat blijkbaar niet zo: Gaston is er ondertussen reeds 17 jaar aan de slag en, zo leerde ons gesprek, met nog heel wat plannen en een onverminderde inzet.

 

Gaston vindt het prettig werken in Terlanen. Een dynamisch bestuur dat vooruit wil en muzikanten die plezier beleven aan het samen musiceren en aan elkaar. Want ergens moet een dirigent ook een beetje een diplomaat zijn: “je moet ervoor zorgen dat je muzikanten graag naar de repetitie komen en dat er geen onderlinge wrijvingen zijn”.

 

In een tijd waarin vele fanfares wat aan bloedarmoede lijden of verouderen valt het op dat de fanfare van Terlanen groeit en dat zowel jongeren als mensen van middelbare leeftijd die opnieuw (of voor het eerst) een muziekinstrument willen spelen er de weg naartoe vinden. “We geven iedereen de kans om op z’n eigen tempo zijn instrument onder de knie te krijgen. Starters krijgen speciale begeleiding voorafgaand aan de groepsrepetitie”.

 

Dat de fanfare van Terlanen het goed doet is ondertussen ook buiten Terlanen geweten. “Op de druivenfeesten moesten wij vroeger altijd als eerste fanfare spelen wanneer er nog nauwelijks volk zat in de zaal” herinnert Gaston zich met een monkelglimlach. “Nu ziet men ons maar al te graag komen”. Het doel blijft om herkenbare muziek te spelen voor iedereen. Muziek moet blij maken, mensen wat uit hun dagdagelijkse sleur en zorgen halen. Maar muziek moet evengoed ook kunnen stil maken of verwonderen. De muziek dichter bij de mensen brengen, of het nu op een souper, een concert of een misviering is.

 

Ergens tegen het einde van het gesprek zal Gaston ons toevertrouwen:

“ik heb het geluk gehad om van mijn hobby mijn beroep te kunnen maken

en omgekeerd”. En dat verklaart ongetwijfeld die passie en gedrevenheid

waarmee hij voor zijn muzikanten staat. Zelf heeft hij als dirigent nog geen

pensioenplannen en dat is maar goed ook. Dat de langere termijn hem toch

bezighoudt blijkt echter uit zijn opmerking dat hij gedurende al die jaren een

rijke bibliotheek met honderden partituren heeft kunnen opbouwen en dat

hij er wil voor zorgen dat die ontsloten kan worden of doorgegeven aan

een nieuwe generatie.

 

Gaston kijkt op zijn uurwerk, neemt nog een slokje van zijn Duvel en zegt:

“bedankt maar ik moet nu repeteren”. Maar uit zijn blik is duidelijk dat die “moet” hem niet zwaar valt, wel integendeel.

 

Beste Gaston, dank voor je inzet voor de fanfare en voor Terlanen. We zijn het zo gewoon geworden dat jullie de vele feesten en plechtigheden in Terlanen opluisteren dat we er soms niet bij stil staan hoeveel inzet dat vergt van de muzikanten en van jezelf. Terlanen is fier op zijn chef.