Fin

Het was voor de redactie niet moeilijk te beslissen welke Terlanenaar we voor het lentenummer van de Turfput zouden interviewen. Sinds enkele maanden kan je er immers niet naast kijken: op het raam van café ‘De Trapkens’ hangt een ‘te koop’-bord en dus moest dit een interview met cafébazin Fin worden.


Babbelen met Fin (voluit heet ze Jacqueline Vanderlinden) in haar ‘De Trapkens’ is als bladeren in een stukje geschiedenis van Terlanen en Overijse. “Ik zit al sinds mijn tien jaar op café” vertelt ze met pretoogjes want zo oud was ze toen haar ouders in het begin van de jaren ’50 een café openden aan de Waversesteenweg. Fin ging naar de gemeenteschool en nadien naar de zustersschool (“ze hebben mij nooit gevraagd om non te worden”) en werd ook even naar Waver gestuurd om het Frans onder de knie te krijgen. Maar boeken en studeren waren niet echt haar ding en zo werd ze op 14-jarige leeftijd al naar Wemmel gestuurd om er bij een welstellende familie het huishouden te doen en voor de kinderen te zorgen.


Maar het herbergiersbloed kruipt waar het niet gaan kan (ook bij haar zussen zou dit het geval zijn) en in 1970 kwam ze naar Terlanen om er café te houden in het huis waar Hans nu zijn ‘Sportman’ heeft. Ze was ondertussen een jonge moeder en moest immers instaan voor haar kinderen. Het waren geen gemakkelijke jaren, na het betalen van het bier en de huur was er soms niet veel meer over, maar ze schok-schoudert die herinneringen weg en krijgt haar pretoogjes terug wanneer ze vertelt dat ze nog aan het schilderen was, de dag voor de opening, toen de eerste drie klanten reeds binnenkwamen (Guido De Kock, Freddy Van Hoegaerden en Roger Philips) en ze haar eerste pintjes mocht tappen.
 

Eind 1979 kon Fin het café van Marie ‘van Nette’ kopen. Het huis werd in 1980 afgebroken en heropgebouwd als het huidige ‘De Trapkens’. Een nieuw café met feestzaal waar de fanfare van toen af aan haar concerten en toneelvoorstel-lingen hield. En snel werd het het kloppend hart van het gemeenschapsleven in Terlanen: tal van verenigingen hielden er hun vergaderingen, er was een bloeiende spaarkas en pastoor Cuyckens kwam er op zondag na de mis soep eten.


Toen er eens een Vieux Temps vertegenwoordiger langs kwam en ze aan het experimenteren sloegen met het mengen van bieren werd de ‘Royale’ geboren : half Leffe Radieuse en half Leffe Tripel en steeds met twee te drinken. Menig eerste bezoeker aan ‘De Trapkens’ zou kennis mogen maken met deze lekkere specialiteit van het huis. En dat je bij Fin altijd een Westvleteren kan krijgen leverde haar ook veel trouwe liefhebbers van trappist op. Onze vraag waarom ze eigenlijk nooit koffie wou schenken pareert ze goedlachs met “het is hier geen koffiehuis maar een bistro” om er meteen, bijna fluisterend, aan toe te voegen dat ze meer koffie heeft geschonken dan mensen den-ken. Fin kookt trouwens ook graag en goed en menig Terlanenaar heeft zich haar lekkere spaghetti of andere lievelingsrecepten laten welgevallen.


Een van de intrigerende foto’s in ‘De Trapkens’ is die van Fin in een mooi tutu danspakje. Onze pogingen om daar meer over te weten leveren echter niet zo veel op : een mooie glimlach en een “daar was niets verkeerds mee”, daar moeten we het mee stellen. Later in het gesprek zou ze trouwens benadrukken dat wie een café houdt moet kunnen ‘horen, zien en zwijgen’.
Een lach en een traan, na 43 jaar café houden in Terlanen zal Fin er haar deel van gehad en meegemaakt hebben. Mooie verhalen ook zoals die keer dat er enkele haar onbekende “gitaristen” binnen kwamen die aan hun tafel allerlei juwelen aan het bekijken waren. Fin vond het toch wat verdacht en belde de politie die hen nadien in de Abstraat arresteerde. De juwelen bleken de buit te zijn van enkele inbraken in Ottenburg en de ‘gitaarkoffers’ bevatten hun geweren... Fin moest de dieven daarop identificeren op het politiekantoor. Opdat ze haar niet zouden zien vond de politie er niets beter op dan Fin te laten loeren door het sleutelgat.


Fin, een cafébazin met een groot hart, maar als het al eens te rumoerig wordt laat ze er geen twijfel over bestaan wie er de baas is en schrikt ze er niet voor terug om wie een glaasje teveel op heeft terecht te wijzen of aan te manen te gaan slapen. Ze weet ook perfect wat de lievelingsdrank is van elkeen en zo kan het voorvallen dat je nog voor je iets kunt bestellen reeds die drank voor je neus krijgt (ook al wou je die dag eigenlijk iets anders drinken).


Toen haar kleinzoon Jonas (Fin is ondertussen verschillende keren grootmoeder) gedoopt werd vond ze occasionele klant Drèke bereid om ‘De Trapkens’ in haar afwezigheid open te houden. Van het één kwam het ander en sindsdien is het ‘Fin & Drèke’. Drèke legt thans de laatste hand aan het renoveren van zijn huis in Sint-Agatha-Rode waar hij en Fin eerlangs samen hun intrek zullen nemen.


Fin, je bent 43 jaar lang een belangrijk stuk van Terlanen geweest en Terlanen zal je missen. Je sterke persoonlijkheid, maar ook het gemak waarmee je je huiskamer voor iedereen opende (want als er geen volk was stond je gewoon in de ge¬lagzaal te strijken en zo werd jouw café een stukje een gemeenschappelijke woonkamer voor Terlanen). Je sanseveria’s en orchideeën, de foto’s van de fanfare aan de muur, de vele bekers van petanque, voetbal en andere sportieve hoogdagen, en jij met de glimlach alles overschouwend achter de toog of op je favoriete stoel voor de chauffage, we zullen die beelden koesteren. Dank je Fin, het ga je goed en we rekenen er op je nog vaak in Terlanen te zien.