William (‘Bill’) Coffindaffer

 

 

“Liefde voor muziek” zong Raymond van het Groenewoud ooit en het was die liefde die William - “zeg maar Bill” - Coffindaffer, de nieuwe ‘chef’ van de  Koninklijke fanfare St. Michael van Terlanen, vanuit het verre Oregon aan de Amerikaanse Westkust naar Europa bracht. De liefde voor de Vlaamse Ariana hield hem vervolgens hier, maar we lopen te snel vooruit.

Bill groeide dus op in het bosrijke Oregon waar zijn vader als ingenieur werkte in de houtindustrie. Eigenlijk lag zijn toekomst al vast: het bedrijf van zijn vader zou betalen voor zijn opleiding en eens afgestudeerd zou bosbeheer ook zijn job worden. Maar toen een reizend symfonieorkest zijn woonplaats aandeed en er een concert gaf, wist Bill meteen dat muziek zijn enige roeping was. Voordien had hij al muziek gespeeld in de marching band van zijn middelbare school, maar nu werd het menens: vier jaar muzikale opleiding in Californië. Hij speelde er de hoorn en het toeval wil dat hij er enkele Belgen ontmoette die hem ervan overtuigden dat hij om écht hoorn te leren spelen in de leer moest gaan bij André Van Driessche, die les gaf aan het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. 

Nauwelijks 21 was hij, maar enkele maanden later stond hij al in Antwerpen met in zijn rugzak de brief waarin het Conservatorium hem als student aanvaardde. Als Amerikaan was hij een buitenbeentje, maar sociaal als hij is leerde Bill in het muzikaal milieu veel mensen kennen: zo kruiste hij toen voor het eerst het pad van Gaston Coppeye die hoorn speelde in de Filharmonie. Noch Gaston noch Bill konden toen vermoeden dat Bill verschillende decennia later Gaston zou opvolgen als ‘chef’ in Terlanen. Maar we lopen weer te snel vooruit.

In Antwerpen leerde Bill ook een Vlaamse studente kennen die Engels studeerde aan de universiteit. Tussen Bill en Ariane bloeide er iets moois en ze werden een koppel. Eerst troonde Bill Ariane mee naar de Verenigde Staten waar hij professor hoorn werd in de staat Michigan. Maar de lokroep van Europa was sterk en toen Bill hoorde dat men in het symfonieorkest van Osnabrück een solo hoorn zocht verhuisde het koppel naar Duitsland. Ze zouden er 14 jaar wonen. Maar stilaan werd de lokroep naar Ariane’s thuisland te sterk en in 1995 verhuisden ze naar Mechelen. 

Bill was in Duitsland in de leer gegaan bij een instrumentenmaker en eens aangekomen in Mechelen startte hij met een speciaalzaak voor koperinstrumenten. Daarnaast was hij een veel gevraagde free-lance hoornspeler bij orkesten als de Filharmonie, het Nationaal Orkest van België of de Munt Schouwburg en gaf hij les in enkele internationale scholen.

De fanfare De Eendracht uit Kampenhout deed geregeld een beroep op Bill voor het herstellen van hun instrumenten en op een dag stond de voorzitter van de fanfare in zijn zaak met de handen in het haar en de prangende vraag of hij niemand kende die hun fanfare kon dirigeren, want ze hadden de vorige dirigent net ontslagen. Bill dacht even na en opperde toen voorzichtig “misschien kan ik jullie wel uit de nood helpen”. Van het één kwam het ander en Bill werd hun nieuwe dirigent. Een nieuwe ervaring maar “ik had in mijn loopbaan al heel wat dirigenten aan het werk gezien” en het dirigeren bleek hem goed te liggen. Zes jaar later (we zijn 2013 ondertussen) werd hij ook dirigent bij de Nossegem Swing Band die een combinatie van jazz en swing brengt.

Fast forward naar begin 2016 toen Fred Verschueren, actief in meerdere fanfares waaronder die van Terlanen, hem op een repetitie wees op het feit dat men in Terlanen op zoek was naar een nieuwe ‘chef’ in opvolging van Gaston Coppeye en “of hem dat kon interesseren?”. Francine stuurde hem meteen de informatie toe, er volgde een ontmoeting met het bestuur, een geslaagde ‘proef repetitie’ en zo werd Bill deze zomer de nieuwe ‘chef’ van de Koninklijke fanfare St. Michaël.

Ondertussen zijn we een aantal maanden verder en is Terlanen al vertrouwd met de nieuwe ‘chef’ en omgekeerd: er was de vuurdoop bij de inhuldiging van het nieuwe plein in september, het optreden op de Winterkermis, de deelname aan  de processie en het geslaagde concert in januari. Bill heeft het duidelijk naar zijn zin in Terlanen: hij is in de wolken over de aangename samenwerking met het bestuur en met de muzikanten (“normaal zijn er in zo’n grote groep altijd enkele dwarsliggers, maar ik ben ze nog niet tegengekomen”). En ook de muzikanten lijken zijn aanpak te waarderen zoals mag blijken uit het feit dat tot ieders tevredenheid de fanfare nieuwe muzikanten van alle leeftijden blijft aantrekken. 

Bill zelf heeft het over een evenwicht dat hij moet bewaken: ja, je moet je muzikanten nieuwe dingen aanleren, zo mogelijk wat  op de toppen van hun tenen doen staan, maar tezelfdertijd moet je ervoor zorgen dat ze graag naar de repetities komen, er plezier en ontspanning in vinden. En dat Terlanen nog een (h)echt levend dorp is vindt hij net goed: “de fanfare maakt deel uit van de dorpsgemeenschap hier en dat moeten we koesteren”. 

Ondertussen heeft Bill de muzikale roeping doorgegeven aan de volgende generatie: zijn 19 jarige dochter Elisabeth studeert thans muziekpedagogie aan de LUCA School of Arts aan de KUL. Ze speelt trouwens hobo en slagwerk bij hem in de fanfare De Eendracht in Kampenhout. Wie weet kan papa haar overhalen om eens op een concert of optreden mee te spelen in Terlanen?

Beste Bill, Terlanen is blij je in ons midden te mogen verwelkomen. We zijn overtuigd dat je ons nog vele uren muzikaal genot zal brengen en we hopen van harte dat je het bij ons naar je zin mag hebben.